WinRAR 4.20

Versie 4.20

1. Wijzigingen in de RAR-compressie:

a) Het RAR-compressiealgoritme voor algemene gegevens is geoptimaliseerd voor beter gebruik van meerdere processorkernen. Hoewel zelfs snelheidswinst mogelijk is met een enkele processor, zullen de beste resultaten worden behaald in een omgeving met meerdere kernen.

De snelheidswinst hangt af van de soort gegevens en de gemiddelde bestandsgrootte. Meerdere kernen worden efficiƫnter ingezet bij het comprimeren van grote bestanden.

We hebben een snelheidsverdubbeling gemeten bij een gemengde groep bestanden, bestaande uit grote tekstbestanden en uitvoerbare bestanden en zelfs een verdrievoudiging in compressiesnelheid op gegevens met lage redundantie, zoals JPG- en MP3-bestanden, vergeleken met versie 4.11 op een CPU met 4 kernen en 8 threads;

b) We hebben de geheugeneisen moeten verhogen om de hogere compressiesnelheid te kunnen bereiken. De nieuwe versie neemt ongeveer 120 MB in beslag voor de gegevensstructuren voor compressie, terwijl dit 40 MB was in WinRAR 4.11;

c) Het RAR-compressiealgoritme voor tekstgegevens kan niet efficiĆ«nt gebruik maken van meerdere CPU-kernen, waardoor de prestaties in een omgeving met meerdere processoren veel lager is in vergelijking met het algoritme voor algemene gegevens. Ook is de uitpaksnelheid veel lager dan in het algemene algoritme, onafhankelijk van het aantal CPU’s. Hierom hebben we besloten het tekstalgoritme standaard uit te schakelen.

Indien u de maximale compressieverhouding wilt voor tekstgegevens onafhankelijk van de snelheid, dan kunt u de tekstcompressie inschakelen in het dialoogvenster “Uitgebreide compressieparameters”. Druk op de knop “Compressie…” op de pagina “Uitgebreid” van het inpakdialoogvenster om hier bij te komen. U kunt deze optie ook permanent wijzigen in het standaardcompressieprofiel;

In de opdrachtregelstand kan tekstcompressie worden ingeschakeld met de schakeloptie ‘-mct’.

d) De compressiestand ‘Snelste’ (‘-m1′) ondersteunt nu ook meerdere processorkernen. In 4.11 werd er gebruik gemaakt van slechts een enkele processorkern.

2. Het RAR-decompressiealgoritme voor algemene gegevens is ook sneller, maar niet gelijkwaardig aan de RAR-compressie. Een snelheidsverhoging van 10 tot 15% is mogelijk, vergeleken met versie 4.11. RAR-decompressie is niet in staat om meerdere processorkernen te gebruiken, waardoor snelheidswinst niet afhankelijk is van het aantal kernen.

3. Wijzigingen in de ZIP-compressie:

a) ZIP-compressie ondersteunt nu meerdere processorkernen wat in vele malen betere prestaties oplevert, tot 3 keer sneller op een CPU met 4 kernen en 8 threads. Prestaties bij een enkele CPU is ook verbeterd;

b) het geheugengebruik voor ZIP-compressie is verhoogd naar ongeveer 15 MB.

4. Het maken en verwerken van herstelvolumes kunnen nu gebruik maken van meerdere CPU-kernen, wat een hogere snelheid oplevert. Ondanks dat, zal in de meeste situaties de zoeksnelheid van harde schijven de beperkende factor zijn voor herstelvolumes. Dit betekent dat de snelheidswinst het beste opgemerkt wordt bij het gebruik van SSD-schijven (Solid State Drive).

5. De toegestane ‘ ‘-waarde voor de schakeloptie ‘-mt ‘ is nu 1 – 32, niet 0 – 16 zoals in eerdere versies.

6. Opdracht ‘Bestanden zoeken’ zoekt voortaan in 7-Zip-archieven.
Voorheen werd de .7z-archiefindeling niet ondersteund door ‘Bestanden zoeken’

7. Windows 2000 wordt niet meer ondersteund door WinRAR en de zelf-uitpakkende modules van WinRAR.

8. De knop “Huidige instellingen opslaan” in het dialoogvenster “Uitgebreide SFX-opties” is nu alleen beschikbaar als een bestaand archief wordt omgezet naar SFX. De opties die met deze knop worden
opgeslagen, worden alleen toegepast bij het omzetten naar een SFX.

Indien u een SFX-archief maakt of bijwerkt, worden alleen SFX-opties gebruikt die zijn opgeslagen in het standaardcompressieprofiel. Opties opgeslagen in het dialoogvenster “Uitgebreide SFX-opties” worden genegeerd voor deze taken.