WinRAR 4.11

Versie 4.11

1. Fouten opgelost:

a) WinRAR sloeg het NTFS-kenmerk ‘Gecomprimeerd’ niet op bij het maken van RAR-archieven;

  b) WinRAR liep vast in opdrachtregelstand indien de parameter @bestandslijst opgegeven was op het moment dat ‘bestandslijst’ niet bestond. 
Deze fout had alleen betrekking op WinRAR.exe, niet op RAR.exe;

c) indien het uitsluitingsmasker ‘-x*specifiekemap*’ was opgegeven bij het inpakken en indien de naam van de huidige map ‘specifiekemap’bevatte, dan sloeg WinRAR alle bestanden over en stopte met het maken van het archief;

d) GUI-zelfuitpakkende archieven werkten niet in Windows Pre-installatieomgeving (Windows PE).

Versie 4.10

1. WinRAR kan ZIP-archieven maken van praktisch elke grootte.

De ZIP-beperkingen zoals een archiefgrootte van maximaal 2 GB en 65 535 bestanden die eerdere WinRAR-versies kennen, zijn niet meer van toepassing.

2. WinRAR kan multivolume-ZIP-archieven maken. Deze archieven staan ook wel bekend als opgesplitste ZIP-bestanden.

ZIP-volumes hebben namen als ‘volnaam.zip’, ‘volnaam.z01′,’volnaam.z02’. Gebruik een volume met de bestandsextensie ‘.zip’ bij archiefverwerkingshandelingen, zoals het uitpakken en openen van een archief.

In tegenstelling tot RAR-volumes kunnen ZIP-volumes niet zelfuitpakkend zijn.

WinRAR heeft toegang nodig tot alle ZIP-volumes of de gehele bestandsreeks bij multivolume-archieven tegelijkertijd wanneer ze aangemaakt of uitgepakt worden. Het is dus onmogelijk om ZIP-volumes te maken of uit te pakken op verwisselbare schijven met een volume per schijf. U moet ze allemaal aanmaken in dezelfde map.

3. Ondersteuning toegevoegd voor bestandstijden met hoge nauwkeurigheid in ZIP-archieven. WinRAR kan de bestandstijd van wijziging, aanmaken en laatste toegang opslaan en uitpakken voor ZIP-archieven met een nauwkeurigheid van 100 nanoseconde.

U dient de optie “Wijzigingstijd met hoge nauwkeurigheid” in het onderdeel “Tijd” van het inpakdialoogvenster aan te zetten om alle drie tijden in een archief op te slaan.
Zet de gewenste bijbehorende bestandstijdopties aan in het onderdeel “Uitgebreid” van het uitpakdialoogvenster om te kiezen welke tijden uitgepakt worden.

4. Ondersteuning toegevoegd voor Unicode-namen opgeslagen in het ZIP-veld ‘Extra veldgegevens’. Verschillende ZIP-hulpprogramma’s slaan Unicode-namen oftewel op in de bestandskop oftewel in het ZIP-veld ‘Extra veldgegevens’ en nu kan WinRAR beide opslagsoorten voor Unicode-namen goed verwerken.

5. De optie “Archiefinhoud synchroniseren” en de schakeloptie ‘-as’ op de opdrachtregel worden ondersteund voor de ZIP-indeling.

6. Wijzigingen aan het gedrag van de schakeloptie ‘-ag’:

a) ‘-ag’ kan worden gebruikt bij alle RAR- en WinRAR-opdrachten, niet alleen meer bij het inpakken;

b) het gedrag van het indelingsteken ‘N’ verschilt bij inpak- en niet-inpakhandelingen. Bij het inpakken wordt deze opgehoogd totdat de eerste ongebruikte naam is gevonden. Bij niet-inpakhandelingen zoals uitpakken wordt het bestaande archief gekozen dat voorafgaat aan de eerste ongebruikte naam;

c) het indelingsteken ‘I’ maakt het mogelijk om minuten op te geven onafhankelijk van de aanwezigheid en positie van ‘H’ (uren) in de indelingstekenreeks. Deze kan worden gebruikt in plaats van ‘M’ (minuten), als u minuten voorafgaand aan uren wilt plaatsen of als u helemaal geen uren nodig heeft.

7. Standaard stelt WinRAR voor om een archief bij te werken als de viewer een geopend bestand heeft gewijzigd of als deze nieuwe bestanden heeft aangemaakt. De nieuwe optie “Wijzigingen negeren voor” in het dialoogvenster “Instellingen” tabblad “Viewer” maakt het mogelijk om dit gedrag uit te schakelen. U kunt een of meerdere bestandsmasker opgeven, gescheiden door spaties, waarna WinRAR geen melding zal geven met de vraag om een archief bij te werken indien een bestand is aangemaakt of gewijzigd wier naam voldoet aan een van deze maskers.

8. Wijzigingen in het invoerveld voor volumegrootte. U kunt nu grootte-eenheden kiezen in het uitvalmenu rechts naast de volumegrootte.
De oude manier om uitbreidingstekens voor grootte te definiëren – door een teken als ‘k’, ‘m’, enz. op te geven na de numerieke waarde van de grootte – wordt ook ondersteund.

9. Wijzigingen in het veld “Voorgedefinieerde groottes” van het dialoogvenster “Volumegroottes definiëren”. Floppy’s en ZIP-schijven zijn vervangen door volumes met respectievelijk de grootte 5 MB en 100 MB. Daarnaast zijn er nieuwe regels toegevoegd voor de maximumbestandsgrootte voor bestanden in het FAT32-bestandssystemen en voor Blu-rayschijven.

10. Nieuwe optie “Bestanden vernietigen indien wachtwoord ingesteld” van het tabblad “Opties” van het inpakdialoogvenster. Indien u de voorkeur er aan geeft om altijd versleutelde bestanden veilig te verwijderen, dan kunt u de optie “Bestanden wissen indien wachtwoord ingesteld” aanzetten in het standaardcompressieprofiel.

11. Nieuwe optie “Alleen (versleutelde) tijdelijke bestanden vernietigen” van het tabblad “Beveiliging” van het dialoogvenster Instellingen. Hiermee wordt het mogelijk om een tragere maar veiligere methode te gebruiken om tijdelijke bestanden te verwijderen die zijn uitgepakt uit archieven die door WinRAR als versleuteld worden beschouwd. Snel verwijderen wordt gebruikt voor alle andere tijdelijke bestanden.

12. Wijzigingen in de opdracht “Archieven omzetten”:

a) het is nu mogelijk om versleutelde archieven om te zetten. Voorheen liet de opdracht “Archieven omzetten” deze over.

Heeft u ondanks dit nieuwe gedrag de voorkeur om ze over te slaan, dan kunt u dit mogelijk maken voor de optie “Versleutelde archieven overslaan” in te schakelen in het dialoogvenster “Archieven omzetten”.
Het kan nuttig zijn als u de omzettingsopdracht wilt uitvoeren in onbeheerde bestand, waarmee wachtwoordmeldingen voorkomen worden;

b) het speciale archieftype ‘rar2’, welke specifiek was voor RAR 1.x- en 2.x-archieven, is verwijderd. Het archieftype “rar” stuurt de omzetting aan van alle versies van RAR-archieven.

Aangezien de omzettingsopdracht niet meer de RAR-archiefversie hoeft te herkennen, zal de initiële zoekopdracht voor archieven sneller uitgevoerd worden, wat resulteert in een kleinere vertraging voorafgaand aan het weergeven van het dialoogvenster “Archief omzetten”.

13. De nieuwe schakeloptie ‘-log[ind][=naam]’ maakt het mogelijk om archieven en bestandsnaam naar een logboekbestand te schrijven bij het inpakopdracht voor RAR- en ZIP-indelingen en ook bij uitpak-, verwijder- en overzichtopdrachten voor de RAR-indeling.

Deze schakeloptie is specifiek nuttig als u een archief verder wilt verwerken dat is aangemaakt met de schakelopties ‘-ag’ of ‘-v’, omdat de optie ‘-log’ de archiefnaam aanbiedt die is gegenereerd door WinRAR.

14. De nieuwe schakeloptie -@[+] maakt het mogelijk om alle parameters te verwerken die beginnen met het ‘@’-teken in de bestandsnaam (schakeloptie ‘-@’) of als bestandslijsten (schakeloptie ‘-@+’).

15. De SFX-opties “Installatieprogramma” zijn verplaatst van de pagina “Algemeen” naar “Installatie” van het dialoogvenster “Uitgebreide SFX-opties”. Beide opties “Uitvoeren na uitpakken” en “Uitvoeren voor uitpakken” geven de optie om meerdere regels in te voeren, waarmee het mogelijk is om meerdere installatieprogramma op te geven voor een SFX-archief.

16. De SFX-scriptopdracht “SetupCode” geeft het SFX-archief de opdracht om te wachten op beëindiging van het installatieprogramma en geeft de retourneerwaarde van het installatieprogramma terug opgehoogd met 1 000 als retourneerwaarde van het uitvoerbaar SFX-bestand.

Het GUI-equivalent van deze opdracht is de optie “Wachten en retourneerwaarde teruggeven” op het tabblad “Installatie” van het dialoogvenster “Uitgebreide SFX-opties”.

17. SFX ondersteunt niet meer de opdrachtstand Snelkoppeling “S” (aanmaken in het bovenste niveau van het Startmenu). Recente Windows-versies bieden niet meer de mogelijkheid om items toe te voegen aan de begin van het Startmenu.

18. Volumegrootte in het inpak- en wizarddialoogvenster kunnen nu als kommagetal opgegeven worden. Het gebruikte decimaalteken wordt opgevraagd via de landinstellingen van Windows.
De schakeloptie ‘-v’ op de opdrachtregel ondersteunt ook kommagetallen.
In de opdrachtregelstand wordt de punt (‘.’) altijd als decimaalteken gebruikt. Bijvoorbeeld: ‘-v1.5g’ betekent 1,5 gigabyte.