WinRAR 5.50

WinRAR 5.50

1. WinRAR en de opdrachtregelversie RAR gebruiken standaard de RAR 5.0-archiefindeling. U kunt dit wijzigen naar de RAR 4.x-compatibele indeling met de optie “RAR4” in het inpak-dialoogvenster of met de opdrachtregel-schakeloptie -ma4.
Indien u liever standaard de RAR 4.x-indeling gebruikt, druk dan op de knop “Standaard maken…” op het tabblad “Compressie” van de WinRAR-instellingen en stel “RAR4” in op het weergegeven dialoogvenster.
Deze wijziging heeft enkel invloed op nieuwe installaties. Indien u in eerdere versies al een RAR-indeling had opgeslagen in het standaard-compressieprofiel, dan zal WinRAR deze opgeslagen instellingen respecteren.

2. Gebruik de knop “Hoofdwachtwoord instellen” in het dialoogvenster “Wachtwoorden beheren” om opgeslagen wachtwoorden te versleutelen en ze te beschermen tegen onbevoegde toegang.

Indien opgeslagen wachtwoorden beschermd worden door een hoofdwachtwoord en u wilt toegang tot deze wachtwoorden krijgen, dan dient u het hoofdwachtwoord op te geven en op “OK” te drukken wanneer hier om gevraagd wordt. Indien het ingevoerde wachtwoord niet overeenkomt met het hoofdwachtwoord, dan zal deze als een normaal wachtwoord worden gebruikt voor archiefhandelingen.

Het hoofdwachtwoord zal geldig blijven totdat WinRAR wordt gesloten. Sluit WinRAR en start deze opnieuw na het opgeven van een hoofdwachtwoord indien u wilt zien hoe de beveiliging werkt. Voer een geldig en daarna een leeg hoofdwachtwoord in om de versleuteling weg te halen van eerder beveiligde wachtwoorden.

Deze WinRAR-versie gebruikt een nieuwe gegevensindeling voor het beheren van wachtwoorden, wat betekent dat wachtwoorden in het dialoogvenster “Wachtwoorden beheren” niet leesbaar zijn door oudere versies. Het heeft geen invloed op de indeling van de archiefversleuteling; versleutelde archieven zijn compatibel met eerdere WinRAR-versies. Wachtwoordbeheer-gegevens worden enkel omgezet naar een nieuwe indeling wanneer u deze bewaart en niet onmiddellijk na het installeren van WinRAR.

3. De vraag om een hoofdwachtwoord in te stellen verschijnt bij het opslaan van een wachtwoord in een compressieprofiel. U kunt het hoofdwachtwoord opgeven om de in het Register opgeslagen wachtwoordgegevens te versleutelen, waarmee deze beschermd worden tegen onbevoegde toegang. Om toegang te krijgen tot zulke profielen, dient u het hoofdwachtwoord op te geven wanneer hierom gevraagd wordt.

Het hoofdwachtwoord zal geldig blijven totdat WinRAR wordt gesloten. Sluit WinRAR en start deze opnieuw na het opgeven van een hoofdwachtwoord indien u wilt zien hoe de beveiliging werkt.

4. Standaard gebruikt WinRAR AES-256 in CTR-stand om ZIP-archieven te versleutelen. Alhoewel AES-256 beduidend veiliger is dan het verouderde ZIP 2.0-versleutelingsalgoritme, kan deze incompatibel zijn met een aantal oudere zip-uitpakprogramma’s. Indien compatibiliteit met zulke hulpprogramma’s vereist is, dan kunt u de optie “Verouderde ZIP-versleuteling” inschakelen in het wachtwoord-dialoogvenster of de schakeloptie -mezl gebruiken in de opdrachtregelversie.

5. Ondersteuning toegevoegd voor het uitpakken van .LZ-archieven die zijn gemaakt met de Lzip-compressor.

6. Moderne TAR-hulpprogramma’s bieden ondersteuning voor het opslaan van bestandstijden met hoge nauwkeurigheid, lange bestandsnamen en aanzienlijke bestandsgroottes middels speciale uitgebreide PAX-koppen binnen een TAR-archief. WinRAR ondersteunt nu zulke PAX-koppen en gebruikt ze bij het uitpakken van TAR-archieven.

7. De optie “Wijzigingstijd opslaan” op het tabblad “Tijd” van het inpak-dialoogvenster kan worden gebruikt om de wijzigingstijd van bestanden op te slaan in RAR 5.x-archieven. De voormalige optie “Wijzigingstijd met hoge nauwkeurigheid” is vervangen door deze nieuwe optie.

8. Een nieuwe optie “Volledige paden in titelbalk” in het dialoogvenster “Instellingen” > “Algemeen”. Indien ingeschakeld, dan zal het volledige pad van de momenteel geopende map of archief worden weergegeven in de titelbalk van WinRAR.

9. Nieuwe optie “Bestandstypen om eerst als archief te openen” op het tabblad “Compressie” van het venster “Instellingen”. Hier kunt u opgeven hoe moet worden omgegaan met een Enter of dubbelklik op een bestand in de WinRAR-bestandslijst. Voorbeelden van zulke bestanden zijn .docx-bestanden en zelf-uitpakkende .exe-archieven. U kunt aan WinRAR de opdracht geven om zulke bestanden eerst als archieven te openen of om ze te openen in de geassocieerde programma’s.

Standaardinstellingen zijn het openen van zelf-uitpakkende .exe-archieven en om andere archiefsoorten met een niet-archiefextensie uit te voeren.

Onafhankelijk van deze opties kunt u zulke archiefbestanden altijd openen door te drukken op Ctrl-Page Down op de naam ervan in de WinRAR-bestandslijst.

Standaardmappen voor archieven en uitgepakte bestanden zijn binnen het venster “Instellingen” verplaatst van het tabblad “Compressie” naar het tabblad “Paden”.

10. De nieuwe opdracht “Volledige namen naar klembord kopiĆ«ren” in het menu “Bestand” plaatst de volledige namen van geselecteerde bestanden naar het klembord.

11. Wijzigingen in het contextmenu dat wordt weergegeven bij een rechtermuisklik op de bestandslijst in WinRAR:
a) diverse opdrachten, welke ook voorkomen op de werkbalk of in het hoofdmenu, zoals “Weergeven” en “Herstellen”, zijn weggehaald uit dit contextmenu;
b) de opdracht “Volledige namen kopiĆ«ren naar klembord” is toegevoegd;
c) toegevoegd zijn de opdrachten “Uitvoeren” voor uitvoerbare bestanden, “Openen in geassocieerde toepassing” voor geassocieerde bestanden en “Archiefinhoud weergeven” voor archieven. Hiermee kan worden gekozen op welke manier SFX-archieven en archieven met een niet-archiefextensie worden verwerkt.
Deze items zijn alleen aanwezig in bestandsbeheerstand en niet binnen archieven.

12. LZ en ZIPX zijn toegevoegd aan de lijst met associaties in het dialoogvenster “Instellingen” > “Integratie”.

13. De extensies LZ en ZIPX zijn toegevoegd aan de lijst met standaardindelingen voor de schakeloptie -ms (“Opgeven bestandstypen om op te slaan”) indien uitgevoerd zonder parameters.

14. U kunt de tekensetwaarde ‘f’ opgeven met de schakeloptie -sc om UTF-8-codering te gebruiken. Bijvoorbeeld:
rar a -scfl archnaam @bestandslijst.txt
Hiermee wordt de inhoud van bestandslijst.txt als UTF-8-tekst gelezen.

15. De RAR-opdrachten “lt” en “vt” geven bestandstijden weer met een nauwkeurigheid tot op de nanoseconde. Dergelijke nauwkeurigheid wordt gebruikt in RAR5-archieven die zijn gemaakt met RAR/Unix 5.50 en nieuwer. Archieven gemaakt met WinRAR hebben een nauwkeurigheid tot op de 100 nanoseconde.

16. Enkel de nauwkeurigheid-aanpassingstekens ‘+’, ‘-‘ en ‘1’ worden nog ondersteund met de schakeloptie -ts. Gebruik ‘+’ om de bestandstijd met de hoogst mogelijke nauwkeurigheid op te slaan, gebruik ‘-‘ om de bestandstijd over te slaan en gebruik ‘1’ om deze op te slaan met een nauwkeurigheid van 1 seconde. De tussenliggende nauwkeurigheden die eerder mogelijk waren met de aanpassingstekens ‘2’ en ‘3’ zijn niet beschikbaar met de RAR 5.0-archiefindeling en worden genegeerd door de schakeloptie -ts.

17. Indien een verkeerd wachtwoord is opgegeven bij het uitpakken van een versleuteld archief in een RAR5-archief, dan vraagt WinRAR opnieuw om een geldig wachtwoord op te geven voor hetzelfde bestand, in plaats van te stoppen met uitpakken.

18. Gegevens over het bestandspad worden weergegeven indien de muisaanwijzer wordt geplaatst over de naam van een in te pakken bestand in het archief-voortgangsvenster.

19. De naam van het momenteel actieve compressieprofiel wordt weergegeven in het inpak-dialoogvenster boven de knop “Profielen…”.

20. Indien de opdracht “Zoeken” is opgestart vanbinnen een submap van een archief, dan zal “Bestandsnamen om te zoeken” het pad naar deze submap bevatten. Effectief zal hierdoor alleen gezocht worden vanaf deze submap en dieper.

21. Fouten opgelost:
a) Vastlopers opgelost en een beveiligingslek gedicht bij het uitpakken van ongeldige RAR-archieven.
b) WinRAR kon geen bestanden uitpakken in ZIP-archieven die waren gecomprimeerd met het XZ-algoritme en versleuteld met AES;
c) indien de optie “Windows-voortgangsbalken” in de WinRAR-instellingen was uitgeschakeld en de archiefstand “Elk bestand in apart archief plaatsen” werd gebruikt, dan werd het “gouden” deel van de totale-voortgangsbalk (de gecomprimeerde gegevensverhouding) onjuist weergegeven;
d) de voortgang van het uitpakken van een SFX-archief was onjuist in het geval van een multivolume SFX-archief met een totale volumegrootte boven de 4 GB;
e) indien de naam van een ingepakte map naloopspaties bevatte, de gebruiker ervoor koos om een aantal mappen te kiezen en uit te pakken in een niet-hoofdmap binnen het archief en indien de optie “Mogelijk incompatibele namen toestaan” uitgeschakeld was, dan konden er een aantal begintekens verloren gaan in de naam van de uitgepakte map;
f) indien enkel de aanmaaktijd of de laatste-toegangstijd van een bestand werd opgeslagen in een RAR5-archief met een nauwkeurigheid van 1 seconde, zoals met de schakelopties -ma5 -tsm- -tsa1, dan werd deze opgeslagen tijd genegeerd bij het uitpakken.